Twaalf ambachten, dertien ongelukken

Het spreekwoordelijke 12 ambachten, 13 ongelukken isHans als leerling ziekenverzorger KEMPENHOF Valkenswaard bij mij zeker van toepassing. Ik heb vele banen gehad, vooral toen ik nog een jong meisje was. Van kantoormiep tot marktkoopvrouw, vertegenwoordiger en zelfs verhuizer aan toe. Één van die leuke banen was zuster. Nou ja, zuster, verpleegkundige, a hum, nou ja ziekenverzorgster, ik bedoel in de opleiding dan! Ik werkte Hans als marktmanin
verzorgingshuis KEMPENHOF in Valkenswaard (Brabant). Iedere dag legde ik zo’n 15 kilometer af op de fiets van mijn ouderlijk huis tot aan de werkplek. Maar, beste lezers en lezeressen, zoals U uit de vorige column nog wel weet, ik hield, en hou ook van stappen!

 

effenaarDus op een goeden ook niet gewend. Toen ik van binnen naar buiten liep, van verschrikkelijk heet en benauwd naar behoorlijk kil en koud. Ja, toen werd alles zwart voor mijn ogen. Ik wilde graag doorstappen en naar de GROENE LANTAARN. Dat was indertijd een waanzinnige discotheek, gerund door twee heerlijke dag, hoe kan het ook anders, liep het stappen ietwat uit de hand. Ik was naar de EFFENAAR in Eindhoven geweest. Had wat gedronken en stoer als deze potteuze dame is ook wat geblowd. Dit laatste was niet mijn gewoonte en ik was het dagozers, die niks om geld en goed gaven, maar die wel van gezelligheid hielden. En belasting betalen, daar hadden ze nooit van gehoord. Dus die kroeg ging na een paar dolle jaren op de fles.

 

Afijn, alles werd zwart en ik zakte als een plumpudding in elkaar. Hoe lang ik daar op dat stoepje heb gezeten, weet ik niet meer. Ik had alle gevoel voor plaats en tijd verloren. Toen ik weer wat bijkwam, vervolgde ik mijn weg. Maar er leek geen einde aan te komen. Uiteindelijk voelde ik me wat beter. Hoezo beter? Ik ging helemaal uit mijn dak en wist niet meer van ophouden. Dansen totdat je erbij neervalt is te zwak uitgedrukt. Ik bleef maar door dansen en sjansen totdat de kroeg dichtging. Buiten nog heel lang na gepraat. Totdat iemand me uitnodigde, samen met een andere leuke jongeheer, bij zijn huis verder te beesten. Nou daar zei ik geen nee tegen natuurlijk. Al daar aangekomen wat flesjes bier opengetrokken, wat geblowd en gedobbeld. Het was heel gezellig, maar de tijd tikte voort. Het was bijna tijd om naar mijn werk te gaan. Ziekmelden zou een optie zijn geweest, maar daar wilde ik niets van weten. ‘s Avonds grote meid, ‘s morgens grote meid. De jongen maakte nog wat soep die ik smakelijk naar binnen slurpte. Snel naar huis, waar m’n moeder zich bezorgd afvroeg waar ik die nacht toch gezeten had. Och gewoon gezellig met de jongens op stap.

 

Ik kreeg m’n broodtrommeltje mee en fietste zoals gewtrommeloonlijk naar mijn  werk. Ik moest om zes uur s’ochtends beginnen en was gelukkig op tijd. Maar drank en wiet waren bij mij nog niet uitgewerkt en geslapen had ik ook nog niet. Toen ik de oudjes moest wassen, vond ik dat ze ook wel wat gezelligheid verdiend hadden. En onder het wassen van de veSaphira - Dutch Tina Turnerrlepte flamoezen, tieten en piemels bracht ik welgemeend enorme aria’s ten gehore. Ongeveer die van het genre welke Saphira (Dutch Tina) in Lellebel tijdens het karaoke zingt. Ikzelf vond het geweldig, maar ik geloof dat niet iedereen van mijn zangkunsten gecharmeerd was. Vooral vanwege het vroege tijdstip tijdens het ontwaken. De vogels die doorgaans de morgen inluiden hadden het nakijken bij de hoge klanken van deze nachtvlinder. Hoewel ik wel goed met alle mensen om kon gaan en ik hoge punten scoorde in de pré-cline ben ik toch maar een ander baantje gaan zoeken.

 

“De Jantjes” zijn weer terug in Amsterdam. Deze jantjesmusical waar mijn favoriet Carrie “wordt nooit verliefd, want dan ben je verloren” Tefsen in meespeelt, laat me teruggaan in de tijd naar een uitvoering van een bijzonder lied dat ik ooit vertolkt heb. De Groene Lantaarn had destijds namelijk een playbackwedstrijd georganiseerd. Al mijn vrienden deden mee, dus ik moest ook maar wat doen. Ik heb me toen verkleed als zwerver. Grote pet, lange regenjas en om er maar lekker vies uit te zien, had ik vaseline op mijn gezicht met daaroverheen wat koffiedrap gesmeerd. Zo kreeg ik de uitstraling van een verlopen type, die je ‘s nachts op straat niet graag tegen zou komen. Ik had een grote vuilniszak vol glaswerk en rotzooi uit de keuken gepakt. Ja, we waren kind aan huis in deze kroeg/disco.

 

Playbackwedstrijd 1981 in de Groene LantaarnWe bleven zelfs vaak slapen bij de eigenaar JAN als we nog wat wilden doorzakken. Aldus uitgedost deed ik een poging om de trieste smartlap “de smokkelaar” van ‘de Jantjes’ te vertolken. “Hij was een smokkelaar, die diep in de nacht, steeds weer zijn smokkelwaar de grens over bracht….” Klonk het door de luidsprekers. Een lied over de boter smokkel van België naar Nederland van voor de oorlog. Ik bracht het vol overgave en zwaaide de vuilniszak heen en weer. Tot ik de kerstverlichting raakte, die ter decoratie op het kleine podiumpje was aangebracht. Deze bleef steken in de zak en ik trok de hele verlichting van de muur af. Als laatste geëindigd natuurlijk. Mijn kameraad Hans Markus, deed het een stuk beter. Die had het lied “Lust for life” van ‘Iggy Pop’ vertolkt en behaalde de eerste prijs.

 

Het jaar erop wilde ik natuurlijk Miss Queens Pub 1983 - Miss Dizzyrevanche en besloot het met een travestie act te proberen. Mijn eerste stapjes in dit wereldje, maar ik beschouw deze deelname als een pré-ervaring. Er ging zoveel mis dat je van een echte travestie- act niet kon spreken. Ten eerste had ik geen pumps. Daarom leende ik schoenen van eigenaar JAN met ‘n puntige punt en ‘n hak die wat schuin stond. Herenschoenen eigenlijk, maar het oogde wat     vrouwelijker dan de stappers die ik zelf had. De pruik was niet echt gestileerd en de jurk was niet meer dan een lapje stof, waar ik een lint aan vast genaaid had. De bedoeling was deze te draperen en met het lint in een strik vast te zetten. Helaas, fout gedacht. De strik liet los en het hele handeltje zakte naar beneden tijdens de act zodat ik halfnaakt op het podium stond. Hoewel het wel in het nummer “time is Money” van ‘Line Renaud’ past. Het is immers een stripnummer uit ‘Casino de Paris’ en gaat over hoertjes. Ik werd gelukkig niet laatste, maar behoorde uiteraard niet tot de favorieten. Later, in 1983 heb ik me veel beter voorbereid en in de QUEENS PUB furore gemaakt met wél koele trava-acts. Dat werd het begin van mijn carrière…….!!