Hasjkoek

Burgemeester Gerd Leers(CDA) van Maastricht pleit voor een versoepeling van het softdrugsbeleid in Nederland. Dat wordt hem door partijgenoten echter niet in dank afgenomen. single cannabis leaf 280_0Maar het is natuurlijk van de zotte, dat je als coffeeshop wel legaal hasj kan verkopen, maar je als coffeeshophouder strafbaar bent als je een voorraadje in stock hebt om aan de vraag te kunnen voldoen en dat zo iemand om moet gaan met ‘criminelen’ om überhaupt te kunnen inkopen. Hij begeeft zich dan waarlijk op glad ijs. Leers maakt dat in de Maasstad dagelijks mee en is zich terecht bewust van die rechtsongelijkheid. Echter, de politiek zit er flink mee in z’n maag, vooral vanwege de druk vanuit Europa en natuurlijk de VS die benadrukken het beleid juist aan te scherpen of sowieso softdrugs te verbieden.

In mijn tijd was dit alles nog niet zo ter sprake. De hippie tijd was net achter de rug en vele mensen hadden geëxperimenteerd met allerhande soorten drugs. Speed, L.S.D., Coke, marihuana, hasjiesj, noem maar op. Het verschil tussen soft- en harddrugs was nog niet zo expliciet en onder invloed van de new generation werd veel gedoogd, hoewel er geen wettelijke basis voor bestond. Zo ook bij het Vakantie Komitee Eindhoven, waar ik een jaarcontract had. Dit was een organisatie in het leven geroepen door de gemeente Eindhoven, die het immens populaire, maar wonderlandonbetaalbare Wonderland moest vervangen. In Wonderland ben ik als kind vaak geweest, een soort Efteling in het klein, maar dan anders. Je kon er als kind in de zomervakantie in een DAF rijden, gesimuleerd natuurlijk, in een gevechtsvliegtuig van de luchtmacht kruipen, pannenkoeken bakken, orgel spelen, films (van sponsor PHILIPS) kijken, etc.Ik was er als kind helemaal weg van.

De gemeente wilde echter alles decentraliseren en daarvoor was Vakantie Komitee Eindhoven in het leven geroepen. Ze moesten alle activiteiten ondersteunen die in buurten werden gehouden. Tienerkampen, sportevenementen voor de jeugd, kerst-inn voor oude van dagen, bevrijdingsfeesten op 18 september (Eindhoven bevrijd), evenementen voor gehandicapten, etc. Er waren drie mensen in loondienst bij deze organisatie. De coördinator, die weggepromoveerd was uit het stadhuis, omdat hij daar onhandelbaar zou zijn, heb ik later gehoord; de boekhouder, een man uit België, die ik nauwelijks gezien heb omdat hij altijd ziek was en “last but not least” mijn persoontje als administratief medewerker. Verder een heel cordon aan vrijwilligers.

Hans in het studentenhuis 001Ik was in die tijd nogal mager (je zou het nu niet zeggen), woonde in een studentenhuis waar ik alleen macaroni en sla at en werd ‘verplicht’ door mijn collega’s bijgevoederd. Broodjes pindakaas met hagelslag en filet americain kreeg ik tussen de middag regelmatig en op kosten van de gemeente toegediend. Het was een geweldige tijd. We gingen met een vrachtauto fabrieken af om afgedankte pallets op te halen die weer dienst deden als bouwmateriaal voor boomhutten tijdens de tienerkampen. Ik heb een week doorgebracht met geestelijk gehandicapte kinderen in een zomerkamp. Eén van de meisjes wilde graag met me doktertje spelen en naïef als ik was merkte ik pas later dat ze daar erotische gevoelens bij had. Wie was er nou gestoord?? Ik dus! Met oude van dagen kleppen op zo’n kerst-inn vond ik ook enig.

Maar het beste kwam nog. Sommige vrijwilligers waren ook privé mijn beste vrienden. Zo ging ik regelmatig uit met Cécile. Zij was net afgekickt van de alcohol, maar wilde toch veilig uit kunnen gaan. Gingen we samen in unisex kleding (van dat witte plastic met kleine gaatjes en bijpassende witte pet) naar disco Klaar in disco outfit voor discotheek HOLLYWOODHOLLYWOOD waar we high werden van een glaasje cola en passievolle dans. We hadden meer fun dan menig bezopen stelletje. Toen ze nog in het ontwenningscentrum zat, ontsnapte ze regelmatig en gingen we samen de hort op waarbij we natuurlijk wél dronken werden. Maar alcohol is natuurlijk niet het enige stimulerende middel. Ik was al een tijdje van het roken af en een joint gebruiken deed ik nog maar zelden. Hoestend en proestend ging zo’n stickie dan naar binnen.

Maar de vrouw van Hans, de coördinator had een veel beter recept. Zij maakte voor ons op zomerse middagen heerlijke hasjcake, in vanille of chocoladesmaak. Dan vlogen we bijna cakein de supersnelle Amerikaanse slee die hij daarvoor ter beschikking had met zo’n 120 kilometer per uur dwars door de binnenstad naar zijn stulpje aan de rand van de stad. In de tuin deden we ons dan tegoed aan thee, koffie en de overheerlijke cake. We converseerden met de kaboutertjes die woonden in een broodplank en in hogere sferen kwamen we weer terug op kantoor en gingen vrolijk, net als de zeven dwergen van Sneeuwwitje weer aan het werk.

Ik was in die tijd nog niet zo zeker van mijzelf en de coördinator van het VKE heeft er door niet malse gesprekken voor gezorgd dat ik me meer ging accepteren zoals ik zelf ben: een potteuze travostiet. Daar ben ik hem ook nu nog steeds dankbaar voor. De baan die erop volgde, ziekenverzorger, heb ik dan ook aan die gesprekken met hem te danken. Ook met mijn vriendin Cécile heb ik nog geregeld contact. Als we met elkaar bellen, is het net of de tijd heeft stilgestaan: lachen, gieren, brullen.

Maar het klokje tikt door en de herinneringen verdwijnen gelijktijdig met de afbraak van de vele gebouwen in mijn geboortestad. Als ik soms terug kom, wordt dit dan ook meer en meer een vreemde stad voor mij. Terug op Amsterdam Centraal denk ik dan ook altijd: “hè, hè, eindelijk weer thuis!”.