Aan de Babbel

Een gesprek met Hans Wijtenburg over hem en Desirée.
Gelardeerd met fantasieën en geromantiseerd door schrijfster Bronja.

IMG_4783Toen ik onder druk van de leden van het feestcomité Lellebel 10 jaar de opdracht kreeg om met Hans van de Lellebel een praatje te houden en daar een verhaaltje van te maken, werd er naar mijn bezwaren nog geen eens geluisterd. Ik zou enkel maar de postzegeltjes plakken was afgesproken bij de oprichting van het feestcomité. Wanhopig probeerde ik nog om er met een Jantje van Leien onderuit te komen, nou roep maar mooie aardbeien, ze luisterde nog geen eens meer naar mij. Eigen schuld natuurlijk want in enkele onbewaakte ogenblikken had ik mijn fantasie een beetje de vrije loop gelaten in een paar e-mail berichten naar hen toe.

Het geluk was met mij, want op een beurs van Oldtimers liep ik zomaar Hans tegen het lijf, ó wat leuk, Bronja jou hier te zien, kirde Hans blij verrast. Ik was net zo verbaasd als hij, want hier op de Oldtimer beurs in Waalwijk, vlak bij Den Bosch, was het wel de allerlaatste plaats waar ik Hans verwachte, wat doe jij nou hier Hans vroeg ik.
Nou zei Hans terwijl hij mij een warme begroetingskus gaf, dat kan ik natuurlijk ook aan jou vragen Bronja, maar ik spaar Oldtimer modelletjes. Nou dat had ik nou nooit achter Hans gezocht, in mijn ogen zag ik hem alleen maar met zaken als de Lellebel bezig te zijn. Ja, zei hij ik verzamel die Oldtimer dinky-toys al van mijn prille jeugd af, pracht exemplaren bezit ik, daar ben ik heel trots op. En ging Hans verder, ik heb zelf ook in het verleden echte Oldtimers bezeten een prachtig oud Renaultje en ook een oud Dafje, maar die is in de fik gegaan door las werkzaamheden aan de benzineleiding toen die op de brug stond met een hele dikke vriend er in en die kon zich enkel redden door zich naar beneden te laten storten, het leek wel een skippy bal zo stuiterde hij, omdat hij zo dik was is het gelukkig toen goed afgelopen met hem.

In die tijd had ik veel oude auto’s soms wel tien in een jaar dat kwam omdat ik naast twee autosloperijen woonde aan een ventweg in Eindhoven en een vriend had, die graag aan oude auto’s sleutelde en zich Ben Pon waande, jammer, de pech was dat hij er geen moer van kon, hij prutste wat af en presteerde het zelfs om een bodemplaat onderste boven onder een Renault Zes te lassen. Zei die nog “nou ja dat kan de beste gebeuren”. Maar hij was niet uit het veld te slaan en sleutelde vrolijk verder, alleen toen er een hele bodem op een overweg onder zijn auto vandaan sloeg en dsleutelene hoofdverpleger een vriend van ons, die achterin zat, opeens verdwenen was en tussen de rails was beland en gelukkig nog net voor een aanstormende trein weg kon krabbelen, besefte hij dat automonteur toch wel wat anders was dan spelen met zijn meccanodoos. Kom, zei Hans, laten we samen de beurs af sjouwen Bronja, dat is wel zo gezellig en terwijl die lieverd mij een arm gaf liepen we als een echtpaar over de beurs de ene mooie car na de andere te bewonderen. Kijk riep Hans, daar die oude Renault zo één is er van mij geweest is het geen schoonheid, en met een verliefde blik in zijn ogen streelde zijn gevoelige handen teder het stuur van die oude geliefde, die hij in het verleden zo vaak in handen had gehad.

Van al dat geslenter in die warme hal waren we na verloop van tijd echt toe aan een verfrissing en die vonden we op het terras van een aldaar aanwezig cafetaria en namen we plaats gezellig tussen al die mooie auto’s. En toen dacht ik ineens aan de opdracht die ik van het feestcomité tien jaar Lellebel had gekregen en dat dit wel een mooie gelegenheid was om ongemerkt meer van Hans te weten te komen.

Toen ik twee en een half jaar geleden nog als man, voor het eerst in de Lellebel kwam, kon ik niet vermoeden dat ik nu als vrouw tegenover Hans tussen de Oldtimers zou zitten om hem een beetje uit te horen. Ik weet nog als de dag van gisteren hoe dat ging, schuchter, al mijn moed verzameld kwam ik de Lellebel binnen schuiven, het was er gelukkig niet zo druk en toen kwam er zomaar een aardige meneer naast mij op een kruk zitten die steeds door binnen komende lieden gekust werd wat mij erg bevreemde. Onschuldig vroeg ik aan hem, meneer heeft U misschien iets met deze zaak te maken, nou te maken zei hij lachend, ik ben de eigenaar en zo was dat toen het eerste contact wat ik had met Hans. De eerst volgende keer dat ik weer in de Lellebel kwam stond daar een beeldschone vrouw achter de bar bij de geluidsinstallatie, Desirée dello Stiletto heette ze en daar werd ik totaal door gefascineerd, was dat nou die aardige man waarmee ik aan de bar gezeten had, vroeg ik mij geëmotioneerd af en ik kon mijn ogen niet van haar afhouden, wat ik toch wel gênant vond, maar als ik mijn blik van haar had afgewend, werden mijn ogen als een magneet weer naar haar toe getrokken. Wat voor invloed heeft dat gehad op mijn ontluikende geaardheid vroeg ik mij nu stilletjes af, terwijl ik toekeek hoe Hans genietend zijn kopje koffie dronk en worstelde met zijn Boschebol. Wat zijn dat toch een vreselijke dingen om zonder morsen naar binnen te werken, bromde hij, maar wel lekker hè, Bronja. Eerste travestie stapjes met CARNAVAL 001Kreeg je die vroeger thuis ook wel eens Hans vroeg ik schijnheilig. Ja hoor, zei Hans dat was één van de leuke dingen thuis, Boschebollen eten na mijn optreden als kind tussen de schuifdeuren, of na een voorstelling met mijn hele mooie poppenkast, waar de hele buurt naar kwam kijken en waar ik mij al heerlijk op kon uitleven want toen al liet ik Jan Klaasen leuke liedjes zingen. Zo, zei ik vragend, dat zat er dan al vroeg bij je in Hans, dat optreden enzo. Ja Bronja, ging Hans verder het is zo dat muziek heel diep in mij zit, vanaf mijn prilste jeugd af en dat alles vergeet behalve muziek, ik bén muziek en ik lééf muziek. Toen mijn vader, 78-toeren plaatjes draaide wist ik alle teksten al en kon die zo mee zingen. Ik had al heel vroeg jeugdoptredens en deed mee aan talentenjachten en daar won ik dikwijls ook wel van die speelgoed spulletjes, ook een keer zo’n schietdingetje met van die balletjes er in maar die was ik al gauw kwijt, mijn doel was de pater in de tuin van de pastorie en ik richte op de tonsuur op zijn hoofd en pats klonk het precies in de roos en toen was het rennen geblazen maar hij had mij al gauw te pakken en toen was ik mijn schietdingetje kwijt.

Ook zat ik al snel op het Tivoli- koor, dat is een Eindhovens jongenskoor met optredens met John Woodhouse en met reizen naar het buitenland, naar Salzburg, naar Duitsland en Luxemburg en we zongen daar als nachtegaaltjes zo mooi, dat klonk werkelijk magnifiek in de avond tussen die hoge bergen, de herders ver weg, luisterde naar ons met tranen in de ogen, werd ons later verteld. Ook deed ik een keer mee met een talentenjacht, samen met een andere jongen die ook op het koor zat en toen hebben we Hava Nagila gezongen en de hoofdprijs gewonnen. Ó, wat was ik trots en het was een geweldige stimulans voor mij.

Maar het werd mij toch allemaal te benauwd thuis, ik kon niet, hoe zal ik het zeggen, expanderen, de regeltjes en zo hè, dus op zekere dag pakte ik mijn bromfietsje een hele stoere met zo’n heel hoog stuur, waarop je zat als op een Harley Davidson en mijn slaapzak en ben ik van thuis weggelopen en trok de wijde wereld in, ik heb toen een heel leuk liedje geschreven, half engels half brabants dat heet “Run Away. “ Nou Hans zei ik, terwijl ik al aan mijn tweede BoscheBol aan het smikkelen was, toen was je stem zich al aan het ontwikkelen denk ik zo. Eet je niet teveel Bronja zei Hans denk toch aan je lijn meid, maar wat mijn stem betreft, ik heb daar nooit scholing in gehad, het is zuiver autodidact en of ik een mooie stem heb, laat ik maar aan andere over om dat te beoordelen.Ja maar Hans merkte ik op, terwijl ik mijn vingers liet hangen, vol met chocolade smurrie van de Boschebol, daardoor ben je nu wel een BN-er. Nee hoor, bromde Hans licht ontstemd, terwijl hij mij een servetje aanreikte om mijn vingers aan af te vegen, zo voel ik dat niet, ik zeg maar zo, doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Veel mensen kennen mij en begroeten mij en dan weet ik vaak niet eens wie het zijn, vooral in de bar van de Lellebel, daar zie ik zoveel mensen die mij kennen maar ik kan vanzelfsprekend niet iedereen onthouden.

Maar wat leuk dat ik jou ben tegen gekomen Bronja, lispelde Hans genoeglijk, want we zitten zo gezellig te keuvelen samen, zullen we maar een flesje rosé laten aanrukken, schat. Zeg Hans, sputterde ik nog tegen, ik moet straks nog wel rijden hoor. Wel, ik ben met de trein, zei Hans maar zeur niet Bronja, van twee glazen rosé ben jij niet dronken hoor. Toen de fles rosé werd gebracht zei Hans, Bronja, niet meteen omkijken hoor maar aan een tafeltje daar verderop zitten drie grote-stoere- boeren-macho bonken en die zitten jou een beetje uit te lachen, die zijn natuurlijk een travo niet gewend. Óóo, zei ik, bedachtzaam en stond op. Wat ga jij nou doen hoorde ik Hans geschrokken zeggen, maar ik liep kordaat op die kerels af. Hallo mannen zei ik vriendelijk, ook gezellig op de beurs, ik zag dat ze zich een hoedje schrokken, dat hadden ze niet verwacht en hun gelach om mij was als bij toverslag opgehouden en ze wisten eigenlijk met de situatie geen raad. Ja ja, ging ik verder, een vrouw zoals ik kan ook wel van oude auto’s houden hoor, dat heeft niets met geaardheid te maken. Maar, maar, stotterde één van de mannen, die al zijn moed bij elkaar geschraapt had, jij bent toch een man. Ja zei ik en legde hun uit dat mijn lichaam een man was maar met de diepe innerlijke gevoelens van een vrouw. Heel aandachtig en belangstellend luisterde ze naar mijn verhaal en toen ik ze een hand gaf en ze goedendag wenste zeiden ze, dag mevrouw het gaat u goed hoor. Toen ik bij Hans weer plaats nam zei die, jeempie Bronja, wat heb jij dat goed opgelost zeg, ik dacht eerst dat wordt oorlog en word je achter het behang geplakt, maar zoals jij dat doet kan het dus ook, proost en we klonken op de goede afloop. Zeg Hans, nam ik de draad van ons gesprek weer op, jij zei oorlog en dan zeg ik de “bunker”. Ó jéé Bronja, dat is een Hans als DJ voor Stichting de Kringen 002tijd geleden zeg, zei Hans peinzend, ik zal toen zo,n twintig jaar oud zijn geweest en dat ‘bunker’ heeft niets met oorlog te maken hoor maar de ‘bunker’ dat is Carrefour en Carrefour was een ontmoetingsruimte van protestantse kerken in Eindhoven daarin hadden ze ook en soort cafeetje met een barretje en ik ben daar als eerste kringleider begonnen met de eerste kring. Ik heb toen ook mensen van de kerk benaderd of wij die barruimte mochten gebruiken om eens in de maand een baravond te houden, dat is toen allemaal goed gekeurd en heeft de “Stichting Kringen” daar jaren lang gebruik van kunnen maken, en daar was ik ook diskjockey in de weekends en op feestavonden, ook deed ik zomerweken en trainingen voor mensen die in de problemen zaten, workshops en praat groepen, ik heb altijd en overal veel vrijwilligerswerk gedaan.

Ik was in die tijd, ging Hans verder, al waren er mensen in die groep die veel ouder waren dan ik, de jongste voorzitter van de werkgroep voor “ Geloof en homoseksualiteit”, ik was in die tijd heel erg geestdriftig bezig met allerlei dingen, onder andere met het geloof en rond die praatgroepen. Wat interessant allemaal Hans, lispelde ik vleiend, ik begrijp dat je een gelovig mens bent. Ja zei Hans dat ben ik ook wel, maar niet zo kerkelijk. En, vroeg ik verder, dan heb je zeker ook wel geestelijke liedjes gemaakt. Jazeker zei Hans, maar die zijn nu niet meer zo algemeen bekend, één liedje kan men wellicht nog wel en dat heet “Ik blijf een mens” en of ik die nog eens op CD ga zetten weet ik nog niet.

Miss Dizzy mistyZo Bronja, zei Hans, het grondsop is voor de goddeloze hè, toen ik de fles nog ééns ter hand nam om de laatste druppels te verdelen. Nee Hans antwoordde ik dat klopt niet wat je zegt hoor, want zonet vertelde je me nog dat je gelovig was. Ó, ó, wat zijn we weer bijdehand Bronja, schamperde Hans gemoedelijk, maar dat wijntje is trouwens niet verkeerd hoor. Misschien zei ik, is dit merk ook wel wat voor jou in de zaak Hans. Hoe ben je eigenlijk de Lellebel begonnen? Toevallig Bronja zei Hans, het is allemaal heel toevallig gegaan, dat ik in Amsterdam terecht ben gekomen is ook bij toeval. Toen ik in de Bijlmer woonde hield ik travestie-avonden in de Korf met de D.D.T. ( Dizzy’s delicious talkshow) en tegelijkertijd ook in de Secret, dat was een homobar in het centum. De uitbater van ‘Secret’ overleed later aan Aids. Toen werd het studentencafé ‘de Biecht’. Ik bleef daar gewoon werken en mocht er ook mijn travestieavond houden. Ik had een droom, een droom om een eigen multicultureel café te beginnen in de Bijlmer omdat ik daar woonde. De naam Lellebel had ik toen al in mijn hoofd. Uiteindelijk is dat plan niet verwezenlijkt, omdat in de Bijlmer het Horeca bestemmingsplan een café buiten de winkelcentra niet toeliet, en panden in die centra onbetaalbaar waren. Na veel gezoek, kwam ik bij dehorecamakelaar André Brals terecht, die in het centrum ruimten aanbood, maar in het centrum was een multicultureel café niet aan de orde en omdat ik al tweejaar travestie avonden hield in de Secret en de Biecht was het een logisch gevolg dat ik een travestie-café zou beginnen en de dhr. Brals was daar heel erg enthousiast over en die had een café in de Utrechtsestraat en dat stond al een half jaar leeg. Je kan daar beginnen, zei hij, je moet wel huur betalen, maar het eerste half jaar hoef je geen pacht te betalen die neem ik voor mijn rekening, als het niet loopt dan heb je geen schuld en als het wel loopt, nou dan heb ik een nieuwe huurder, en zo hebben we dat gedaan. De travestieavonden die ik dus al hield gingen vlekkeloos over naar de Lellebel.

Daar had je wel een gelukkie aan Hans, merkte ik op en liep het toen meteen al allemaal gesmeerd. Nou Bronja, zei Hans bedenkelijk, gesmeerd wil ik niet meteen zeggen hoor, we waren toch wat zoekende hoe we het één en ander moesten invullen. In het begin draaide we teveel Hollandse liedjes en zo en dat was best wel gezellig hoor maar het publiek wat we in die begin jaren zo rond 1998 aantrokken was toch eigenlijk niet de doelgroep waarvoor ik de Lellebel was begonnen, dus moest op een gegeven moment het roer drastisch om, om toch meer een travestie-café tCanal Parade 2000 Femke, Babette & Desireee zijn voor transgendere mensen. Je zegt, we, wie waren die we Hans? Slim van jou dat je dat opmerkt Bronja, bromde Hans, we, dat waren Jeroen, Sylvia en ik, dat waren de mensen van het eerste uur en we zijn nog steeds hele goede vrienden. Jeroen Molenaar is heel belangrijk voor mij geweest, hij was de eerste waar ik travestie shows mee deed in Amsterdam wel tien jaar lang. Wij drieen runde de bar en dat was best wel zwaar. Jeroen had toen ook een baan daarom werkte hij wat minder vaak, gelukkig kwam Laura Lee er al snel bij. Na een jaar of vier hield Sylvia het voor gezien en is ze haar geluk elders gaan zoeken, jammer hoor want ik kon Sylvia al vanaf een optreden wat ik deed in een travamusical van de ‘Les Sacres Soeurs’ in het Pleintheater aan het Sajetplein, waar zij mij toen opviel in het publiek en ik kennis met haar maakte en is zij manager geworden van , Les Sacres Soeurs’ en regelde de optredens en zo en is ze later meegegaan naar de Lellebel.
Hans en ik zaten zo intiem te babbelen dat we gewoon alles om ons heen vergaten en de tijd leek stil te staan. O, Hans riep ik ontdaan moeten we niet nog even de beurs rond gaan. Nou van mij hoeft het niet hoor zei Hans, ik vind dit zo’n kostbaar gesprek zo met zijn tweetjes, dat mag je best wel weten hoor. Die ontboezeming van Hans bezwaarde mij hevig en ik vond het vals en gemeen van mij, hem zo geniepig uit te horen, al deed ik dit in opdracht van het feestcomité en met een blos van schaamte mompelde ik, èh ja Hans, het doet mij ook heel veel.

Dus wilde ik maar snel van onderwerp veranderen en vroeg, zeg Hans word je nou rijk van de Lellebel. Hans schoot in een onbedaarlijke lach, die Bronja toch, hikte hij die ziet mij voor vol aan, nee hoor Bronja, ik word er alleen maar armer van, het kleine beetje vermogen wat ik heb, gaat snel achteruit, maar ik leef er leuk van al kan ik geen bokkensprongen maken, als ik dat doe dan kan ik opeens mijn rekeningen niet meer betalen. Ik heb de zaak een paar jaar geleden gekocht en daar ook weer een lening voor moeten aangaan, als die lening is afgelost dan kan ik meer adem halen. Maar Hans vroeg ik, geniet je nog altijd wel van de Lellebel. Met periodes, zei Hans bedenkelijk, soms wel soms niet, ik heb het zelfs willen verkopen maar uiteindelijk blijkt dat je er helemaal niks aan overhoudt en je geeft dan natuurlijk wel je levenswerk weg. Het is een beetje je kindje.
Maar Bronja, het is nu weer leuk, zei Hans geëmotioneerd, ik heb er weer zin in, maar dat komt ook door jullie. Door ons, vroeg ik ontroerd. Ja zei Hans, door het comité 10 jaar Lellebel bijvoorbeeld, dat geeft mij zoveel energie. Je moet begrijpen, ik heb altijd die kar zelf alleen getrokken, al die jaren lang. Ik heb wel hulp gehad zoals van Robert van Atlast, die de posters maakte en Jeroen die mij altijd ondersteunde en dat is ook een hele goede vriend en samen deden we tien jaar lang shows als duo Babette La Fayette en Desirée dello trans_flyer_voorStiletto en Bram, je weet wel Esther, is een vriend, dat zijn mensen waar ik tegenaan kan lopen zeuren en ze hoeven dan niet met oplossingen te komen maar alleen al het feit dat ik gezeurd heb, is voor mij genoeg om energie te krijgen om weer door te gaan. Zo ook Eelco, ging Hans verder, die helpt mij met de post en ook met de administratie en dat is een hele klus en ik loop er dikwijls mee achter, want ik ben met zoveel dingen tegelijk bezig, met muziek, met foto’s, met plakboeken en slide-shows voor in de Lellebel, met de weekagenda, naar de drukker om posters te laten maken, dan weer met Miss Lellebel verkiezingen, daar tussen door optredens met the Transistors dan weer het Eurotravestiesongvestival, repetities en cd-opnamen, de Canal Parade, ik heb niet genoeg tijd om alles te kunnen doen terwijl ik eigenlijk alles perfect wil hebben en dat heeft wel eens invloed op mijn stemmingen. Nee maar Hans, zei ik bezorgd, doe het toch eens wat rustiger aan lieverd, dit gaat nog eens ten koste van je gezondheid, denk maar eens aan die keer in oktober toen je arm uit de kom was geschoten en je weken lang thuis hebt gezeten. Ja, zei Hans, toen heeft Eelco het heel goed van mij overgenomen, dat is echt een vriend, daar kan je van op aan. Een oorverdovend geloei van claxons deed ons uit ons gesprek opschrikken, wat was dit nu, vroegen wij ons verbijsterd af, maar toen klonk er een metaalachtige stem die ons sommeerde de beurs te verlaten, het was tijd en die was door ons gesprek omgevlogen. Wel nu, zei Hans, we hebben niet veel gezien Bronja, maar het was toch de moeite waard, vind ik. En zo was het ook en we liepen samen hand in hand naar buiten. Waar ga je nu naar toe Bronja, vroeg Hans toen ik de parkeerplaats op liep. Naar de auto natuurlijk zei ik, je denkt toch niet dat ik jou met de trein naar huis laat gaan Hans, ik heb wel geen grote slee maar hij is toch wel wat groter dan een Dinky Toy en zo gebeurde het dat we enkele ogenblikken later over de snelweg snorden op weg naar ons mooie Amsterdam en ik aan Hans vroeg, zeg Hans wat vind jij van je vriendin Desirée.

Tja Bronja, zei Hans bedenkelijk, wij hebben een haat liefde verhouding met elkaar en ik heb dikwijls heibel met haar, want meestal wil ik Desirée niet halen als Desirée uit wil, want Hans wil niet dat Desirée komt want Hans heeft dan helemaal geen zin in Desirée, als ze er eenmaal is dan is het oké en neemt zij de overhand, die bijdehante tante. Hoe ben je eigenlijk aan Desirée gekomen, vroeg ik nieuwsgierig. Bronja je moet niet lachen hoor, zei Hans benepen, maar heel vroeger had Desirée een snor en een pruikje op, miss Dizzy heette ze toen nog. Niet te geloven, schaterde ik vol ongeloof en we maakte een gevaarlijke schuiver over de snelweg. Je zou niet lachen, zei Hans ietwat ontstemd en maak niet van die gevaarlijke capriolen Bronja, straks liggen we nog gekreukeld in de vangrail. File_025 Voor dat Miss Dizzy het levenslicht zag, het zal zo ongeveer in 1980 zijn geweest had ik nog niet van die travestie gevoelens, maar ik had wel altijd een hele vrouwelijke inslag. Het begon eigenlijk allemaal in de “Groene Lantaarn”, ging Hans verder, dat was een heel berucht homo café in Eindhoven en ontzettend leuk, daar hielden ze een talenten wedstrijd en ging ik de ‘Smokkelaar’ doen uit de Jantjes, dan smeerde ik mijn gezicht in met koffiedrab zodat ik een baard kreeg en zo stond ik de ‘Smokkelaar’ te zingen, maar helaas wat een pech, de hele kerstverlichting ging aan puin toen ik met de plasticzak met mijn smokkelwaar alles van de muur afveegde en ondersteboven kieperde, dus dat was geen succes, daarom ben ik het de keer daarop maar eens gaan proberen als travestiet en heb wat met strikjes en zo geïmproviseerd die prompt natuurlijk op het podium los lieten en een paar schoenen die er helemaal niet bij paste, dat was allemaal de voorgeschiedenis van Desirée en zoals ik al zei, Miss Dizzy heette ze toen nog. Maar toen in 1983 werd het toch allemaal wat serieuzer, ook met mijn travestie gevoelens. Toen ik voor de eerste keer mee deed met de Miss Queens-Pub verkiezing en toen meteen al de derde plaats won was dat eigenlijk een bevestiging van wat ik wilde en werd Desirée mijn vriendin. Remmen Bronja, riep Hans wat onzeker, want ik weet dat je maar uit één oog kan zien, daar begint geloof ik een file en zo was het ook en had ik mooi de gelegenheid om hem naar de toekomst van de Lellebel te vragen.

Tja, de toekomst van de Lellebel zei Hans peinsend, heel graag zou ik de zaak willen uitbreiden zodat ik meer ruimte zou hebben en kleedruimten kan realiseren zodat mensen die shows komen doen zich kunnen omkleden. Ja ik zou een grotere zaak willen, dan heb ik ook meer armslag en zou ik ook meer kunnen verdienen, want dat kan ik nu niet. Dan zou ik het personeel fulltime kunnen laten werken en overdag open zijn en met een terras erbij, dus ik kijk wel uit naar een andere ruimte in de buurt, daarom zoek ik eigenlijk iemand die daar kennis van zaken van heeft en weet wat er allemaal te huur staat en zo. Maar Hans zei ik, dat kost wel veel centjes en die heb jij niet. Nee, dat is zo mompelde Hans met een dromerige blik kijkend in de verte, maar ik ken wel mensen waarvan ik denk dat die mijn zakenpartner zouden willen worden en wat geld zouden willen investeren.
Rechts af, je moet hier rechts af Bronja, riep Hans opeens dwingend, zie je dat dan niet meid, Amsterdam staat er met grote koeienletters op dat bord met een dikke pijl naar rechts en jij rijdt maar gewoon recht door, gelukkig schieten we al aardig op en zijn we nu snel thuis, trouwens zet mij maar af bij de Lellebel ik heb daar nog het één en ander te doen. Het is toch niet te gelóóóven zoals jij rijdt Bronja, het is maar goed dat ik bij je ben anders was je nooit thuis gekomen. Weet je wat jij moet doen, jij moet zo,n Tom ding aanschaffen, zo een board computer. Ja, ja, je hebt gelijk, murmelde ik, maar jij wilt geloof ik een nieuwe muziekcomputer in de zaak hebben hè? Hoe weet je dat nou weer Bronja, zuchte Hans verbaasd, jij hebt oortjes als mesjes geloof ik. Ja-ha lachte ik, ik vang zo hier en daar wel eens wat op hè. Wel dat is zo, zei Hans gelaten ik ben nodig aan nieuwe geluidsapparatuur toe en ik wil een computer hebben waar mijn eigen muziek op staat want wat wij in de zaak draaien is natuurlijk hele andere muziek dan in normale kroegen en als ik een Alcas systeem neem dan is de hele sfeer van de Lellebel weg, want dat soort muziek draaien wij bijna nooit, maar je snapt zeker wel wat het grootste probleem is hè om zo iets aan te schaffen. Ja, Hans, bromde ik, een goed verstaander heeft maar een half oor nodig hoor en op dat moment draaide ik de Utrechtsestraat in.

bronjaSnel een kus en toen keek ik met weemoed Hans na, hoe hij vermoeid naar zijn toko slofte, een moedig warm voelend sociaal mens met veel te veel hooi op zijn vorkje en vol met idealen voor de toekomst waar ik op deze bijzondere dag een blik op heb mogen werpen.

Namens het feestcomité 10 jaar Lellebel
Bronja Jongejans

Amsterdam, 29-6-2007