Dus op een goede dag, hoe kan het ook anders, liep het stappen ietwat uit de hand. Ik was naar de EFFENAAR in Eindhoven geweest. Had wat gedronken en stoer als deze potteuze dame is ook wat geblowd. Dit laatste was niet mijn gewoonte en ik was het dan ook niet gewend. Toen ik van binnen naar buiten liep, van verschrikkelijk heet en benauwd naar behoorlijk kil en koud. Ja, toen werd alles zwart voor mijn ogen. Ik wilde graag doorstappen en naar de GROENE LANTAARN. Dat was indertijd een waanzinnige discotheek, gerund door twee heerlijke gozers, die niks om geld en goed gaven, maar die wel van gezelligheid hielden. En belasting betalen, daar hadden ze nooit van gehoord. Dus die kroeg ging na een paar dolle jaren op de fles. Afijn, alles werd zwart en ik zakte als een plumpudding in elkaar. Hoe lang ik daar op dat stoepje heb gezeten, weet ik niet meer. Ik had alle gevoel voor plaats en tijd verloren. Toen ik weer wat bijkwam, vervolgde ik mijn weg. Maar er leek geen einde aan te komen. Uiteindelijk voelde ik me wat beter. Hoezo beter? Ik ging helemaal uit mijn dak en wist niet meer van ophouden. Dansen totdat je erbij neervalt is te zwak uitgedrukt. Ik bleef maar door dansen en sjansen totdat de kroeg dichtging. Buiten nog heel lang na gepraat. Totdat iemand me uitnodigde, samen met een andere leuke jongeheer, bij zijn huis verder te beesten. Nou daar zei ik geen nee tegen natuurlijk. Al daar aangekomen wat flesjes bier opengetrokken, wat geblowd en gedobbeld. Het was heel gezellig, maar de tijd tikte voort. Het was bijna tijd om naar mijn werk te gaan. Ziekmelden zou een optie zijn geweest, maar daar wilde ik niets van weten. 's Avonds grote meid, 's morgens grote meid. De jongen maakte nog wat soep die ik smakelijk naar binnen slurpte. Snel naar huis, waar m'n moeder zich bezorgd afvroeg waar ik die nacht toch gezeten had. Och gewoon gezellig met de jongens op stap. Ik kreeg m'n broodtrommeltje mee
en fietste zoals gewoonlijk naar mijn werk.