Spelonken Van Mijn Ziel

Gedicht van Hans dat bij de presentatie van het schilderij van Martijn Crowe op 8 juni 2014 is voorgedragen:

Martijn Crowe

Botticelli Vernisage

De spelonken van mijn ziel

In de spelonken van mijn ziel
Zag ik al wat mij niet beviel
God sloot daar met de duivel deze ongehoorde deal
Gevoelens weg gevijld tot bijna zero tot nihil

Warm aanbevolen ijs zat om mijn half bevroren hart
Het passie vuur gedoofd naar hartenlust verstard
Was eerst het mededogen voor mijn naaste dood normaal
Nu was het afgestorven net als goed en kwaad, moraal

Zag ik een mooie jongen werd ik niet eens meer warm of koud
Wat was er aan de hand? Niet meer opwindend, werd ik oud?
Een vers gezette piercing glom door zijn navel in z’n koffiebruine vel
Licht gebrande huid weerkaatste ’t zonlicht in ’n ongedwongen spel

Ik kon niet meer genieten van de schoonheid van dit al
Mijn hart zat ingesloten en viel in vrije val
Door de doolhof van het leven naar een eindeloos diep dal

Stilte is al wat mij restte, de rest zat vastgeroest
En God, die op zijn lauweren rustte, had geen puf voor ’n nieuwe boost
Satan vierde feest, hij had gewonnen deze strijd
Had hij immers niet voor eeuwig
de hele mensheid van gevoelens bevrijd?

En God die zat te gapen, hij was zo oneindig moe
Hij wou alleen maar slapen had geen zin meer in gedoe
Hij had na eeuwen van zwoegen om zijn kinderen te behoeden
Van afgronden en kuilen, van vallen slechts een flauw vermoeden

Hoe ik het ook bekeek, met roze bril, door de ogen van een leek
Omwille van de zondagsrust die Hij zelf nooit kreeg,
liet Hij de mensheid in de steek
Zelf nooit ondergaan wat Hij aan zijn kinderen hier op aarde
in zijn geboden had bevolen
Werd Hij net als hen die op deze aardkloot rond liepen te dolen
En na de wapenstilstand met zijn aartsrivaal en opponent
Vond Hij eindelijk de rust die Hij ontbeerde “in the end”

De mensheid was verlaten, gezapig en gedwee
Moest zelf z’n boontjes doppen. Alleen de duivel was tevree